Overslaan naar inhoud
  • Er zijn geen suggesties want het zoekveld is leeg.

Driehoeksverhouding vaginale microbiomen, HPV en baarmoederhalskanker

Studie

Een cervicale dysplasie en baarmoederhalskanker kunnen het gevolg zijn van een langdurige infectie met een humaanpapillomavirus met een verhoogd risico. Recente studies wijzen op een mogelijk verband tussen de samenstelling van vaginale microbiomen, een HPV-infectie en de evolutie naar een dysplasie en kanker.

Bij de meerderheid van de vrouwen bestaat het vaginaal microbioom uit lactobacillen die zorgen 
voor een omgeving die beschermt tegen de ontwikkeling van exogene bacteriën en virussen door 
de productie van melkzuur, bacteriocines en biosurfactanten. Bij veranderingen van het vaginale 
microbioom door bacteriële vaginose verdwijnen de lactobacillen om plaats te maken voor 
anaerobe bacteriën. Soms is er zelfs een verband met bepaalde zwangerschapscomplicaties en 
bekkenbodeminfecties. 

In de meeste gevallen geneest een HPV-infectie, de meeste voorkomende overdraagbare seksuele 
infectie, spontaan na enkele maanden. De evolutie naar een dysplasie en kanker is het gevolg 
van een persisterende infectie met een hoogrisico-HPV-virus, al zijn de oorzaken van deze 
langdurige infectie niet goed gekend. Gynaecologische, seksuele en fertiliteitsrisicofactoren en 
tabaksverslaving werden in kaart gebracht, maar ook die risicofactoren met een link naar 
immuunaandoeningen (hiv). 

Microbioomveranderingen verhogen de kans op een HPV-infectie, de lange duur van de 
infectie of de snelheid van de evolutie naar een dysplasie. Een review heeft geprobeerd om een 
antwoord op deze vragen te formuleren. De review omvatte 11 studies die vanaf 2000 werden 
gepubliceerd. Tien ervan hebben het verband tussen vaginaal microbioom + HPV-infectie onderzocht. Vier zochten een link op tussen vaginaal microbioom + dysplasie en kanker.

Microbiomen en HPV 

Zo'n 55% van de met HPV-besmette vrouwen en 49% van de vrouwen die drager zijn van een 
persisterende hoogrisico HPV-infectie hadden microbiomen met weinig lactobacillen, terwijl 
microbiomen met weinig lactobacillen voorkwamen bij 38% van de vrouwen die niet met HPV 
waren besmet en bij 37% van de vrouwen zonder een langdurige HPV-infectie. 

In vergelijking met microbiomen die rijk zijn aan L. crispatus (klasse 1) kwamen microbiomen met 
weinig lactobacillen (klasse IV) meer voor bij HPV-infecties (OR: 4,73; Cl 95%, 2,06-10,86). In 
vergelijking met microbiomen die rijk zijn aan L. crispatus kwamen microbiomen met veel L. iners 
(klasse 111) meer voor bij HPV-infecties (OR: 3,22; Cl 95%, 1,39-7,47). 

Microbiomen, dysplasieën en kanker

Microbiomen met weinig lactobacillen (OR: 2,78; Cl 95%; 1,50-5,16) of gedomineerd door L. iners 
(OR: 1,95; Cl 95%; 1,07-3,56) kwamen meer voor bij een cervixletsel, in de meest brede zin van de 
term, gaande van een squameuze intra-epitheale laesie tot kanker, in vergelijking met 
microbiomen gedomineerd door L. crispatus

Er was een verband tussen microbiomen met weinig lactobacillen, gedomineerd door Prevotelle, 
Atopobium en Gardnerella (klasse IV) en een persisterende hoogrisico-HPV-infectie, terwijl 
microbiomen die gedomineerd zijn door L. crispatus (klasse 1) eerder in verband stonden met 
negativatie en/of opruiming van HPV. 

Deze resultaten wijzen op een verband tussen types van microbiomen en infecties met het 
humaanpapillomavirus, of met geassocieerde cervixletsels.

 

Bron: "The vaginal microbiota, human papillomavirus and cervical dysplasia: a systematic review 
and network meta-analysis" . Norenhag J. et al. (British Journal of Obstetrics and Gynaecology), 25 juni 2019