Overslaan naar inhoud
  • Er zijn geen suggesties want het zoekveld is leeg.

Postprandiale glucosepieken en cognitieve achteruitgang bij diabetes: een onderschat risico?

Wetenschappelijk artikel

Dat diabetes een risicofactor is voor cognitieve achteruitgang en dementie is al langer bekend. Mensen met diabetes scoren gemiddeld lager op verschillende cognitieve domeinen en hebben een verhoogde kans om op latere leeftijd dementie te ontwikkelen. Een studie van Rawlings et al. toonde aan dat specifiek de glucosepieken na de maaltijd een primair rol spelen. Lees meer in deze samenvatting. 

Inhoud:

- Verhoogd HbA1c, verhoogd risico op dementie
- Zijn glucosepieken na de maaltijd de oorzaak?
- 1,5-AG als marker voor postprandiale hyperglycemie
- Lage 1,5-AG geassocieerd met hoger risico dementie
- Geen pieken, weinig cognitieve achteruitgang
- Mogelijke onderliggende mechanismen
- Wat betekent dit voor de praktijk?

 

Verhoogd HbA1c, verhoogd risico op dementie 

Hemoglobine A1c (HbA1c) is de meest gebruikte parameter om de gemiddelde bloedglucose in kaart te brengen over de afgelopen 2 à 3 maanden. Verschillende studies tonen aan dat hogere HbA1c-waarden samengaan met een verhoogd risico op cognitieve achteruitgang en dementie. Hoewel HbA1c een gemiddelde waarde aangeeft, geeft het geen zicht op glucosepieken - kortdurende, forse stijgingen van de bloedsuikerspiegel na bijvoorbeeld een maaltijd. En juist die pieken zouden wel eens een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan schade aan het brein. 

Zijn glucosepieken na de maaltijd de oorzaak? 

Rawlings et al. onderzochten het verband tussen glycemische variabiliteit of glucosepieken op middelbare leeftijd en het risico op dementie en cognitieve achteruitgang over een periode van 20 jaar. Ze deden dit aan de hand van het 1,5-anhydroglucitol (1,5-AG) gehalte. 1,5-AG is een lichaamseigen suikerachtige stof die we via voeding binnenkrijgen (onder meer via sojabonen, rijst, brood en vlees).  

Onder normale omstandigheden wordt 1,5-AG in de nieren vrijwel volledig terug geresorbeerd, waardoor de bloedspiegel stabiel blijft. Bij hyperglycemie (boven de renale drempel van ongeveer 180 mg/dL of 10 mmol/L) raakt de terugresorptie echter verstoord: glucose komt dan in grote hoeveelheden in de niertubuli terecht en concurreert met 1,5-AG voor opname. Hierdoor wordt er minder 1,5-AG terug opgenomen, verlaat het het lichaam via de urine en daalt het in de bloedspiegel.  

1,5-AG als marker voor postprandiale hyperglycemie 

Een lage 1,5-AG-waarde is dus een indirecte maar gevoelige marker voor recente hyperglycemische pieken, met een tijdsvenster van ongeveer 2 tot 14 dagen. Wat HbA1c dus mist – de gevoeligheid voor pieken – wordt deels opgevangen door 1,5-AG. Bij mensen met diabetes, en vooral bij mensen met een HbA1c onder de 7% (53 mmol/mol), geeft 1,5-AG extra informatie over bloedsuikerschommelingen die met HbA1c of nuchtere glucosewaarden niet zichtbaar zijn. En dat blijkt relevant: eerdere studies tonen verbanden tussen lage 1,5-AG-spiegels en microvasculaire schade, hart- en vaatziekten en zelfs verhoogde mortaliteit – onafhankelijk van de gemiddelde bloedsuikers. Ook voor de hersenfunctie lijken deze schommelingen van belang. Fluctuerende glucosewaarden kunnen schadelijker zijn voor neuronen dan stabiel hoge waarden.  

Lage 1,5-AG geassocieerd met hoger risico dementie 

De studie van Rawlings volgde bijna 13.000 mensen over een periode van 20 jaar. 1.105 deelnemers ontwikkelden dementie. Bij mensen met diabetes bleek dat elke daling van 5 mg/mL in 1,5-AG gepaard ging met een 16% hoger geschat risico op dementie


Wat betreft cognitieve achteruitgang bij mensen met diabetes: 

  • Bij deelnemers met een HbA1c lager dan 7% (53 mmol/mol) leidde de aanwezigheid van glucosepieken tot een extra achteruitgang in cognitieve score van 0,19 over 20 jaar, vergeleken met mensen zonder pieken (P = 0,162). 
  • Bij deelnemers met een HbA1c van 7% of hoger was dit effect sterker: de cognitieve achteruitgang was 0,38 groter bij mensen met glucosepieken (P < 0,001). 

verband glucosepieken

Figuur 1. Verband tussen frequente glucosepieken en cognitieve achteruitgang. Diabetespatiënten met frequente glucosepieken (blauwe datapunten) vertonen een extra achteruitgang in cognitieve scores ten opzichte van patiënten met weinig of geen glucosepieken (witte datapunten).  


Geen pieken, weinig cognitieve achteruitgang 

Opmerkelijk was dat mensen met diabetes én een HbA1c ≥7% (53 mmol/mol) weinig cognitieve achteruitgang vertoonden zolang ze geen glucosepieken hadden. Bij mensen zonder diabetes gaf 1,5-AG geen extra informatie over het risico op dementie of cognitieve achteruitgang.  

Mogelijke onderliggende mechanismen 

Factoren zoals chronische hyperglycemie, hypoglycemie en oxidatieve stress kunnen dus een schadelijk effect hebben op de hersenen bij mensen met diabetes. Wisselende bloedsuikerwaarden kunnen schadelijker zijn voor endotheelcellen en meer oxidatieve stress opwekken dan continu verhoogde glucosewaarden. Dit zou kunnen leiden tot meer schade aan de hersenbloedvaten en versnelde cognitieve achteruitgang.  

Studies met continue glucosemonitoring (CGM) vonden al verbanden tussen glycemische variabiliteit en cognitieve achteruitgang of hersenatrofie, onafhankelijk van de gemiddelde glucosewaarden of hypoglykemieën.  

Bovendien zijn glucosepieken heel gebruikelijk bij oudere volwassenen. In een studie met meer dan 3.200 mensen met diabetes type 2 (zonder insulinebehandeling) bleek dat 84% ten minste één postprandiale bloedsuikerwaarde boven de 160 mg/dL rapporteerde. Zelfs bij mensen met een HbA1c <7% had 38% in meer dan 40% van de metingen een postprandiale waarde >160 mg/dL. 

Wat betekent dit voor de praktijk? 

Voor artsen en therapeuten onderstreept de studie van Rawlings et al. het belang van bloedsuikerstabiliteit als aanvullend aandachtspunt naast het streven naar een goede gemiddelde glucoseregeling (HbA1c). Glucosepieken – zichtbaar via CGM of indirect via een verlaagde 1,5-AG – verdienen nadrukkelijke aandacht, zeker bij patiënten met cognitieve klachten of een verhoogd risico op cognitieve achteruitgang. Een stabiele bloedsuikerspiegel draagt niet alleen bij aan betere metabole uitkomsten, maar ook aan het behoud van cognitieve functies op de lange termijn. 

 

Heeft u een vraag? Gebruik het contactformulier.